Chroom

Algemeen

Chroom zorgt er voor dat het hormoon insuline zijn werk kan doen.


Chemisch element (een overgangsmetaal) met symbool "Cr".

Chroom is betrokken bij de HDL-cholesterol productie in de lever. Dit goede cholesterol heeft in tegenstelling tot het schadelijke LDL-cholesterol een positieve invloed op de gezondheid. LDL-cholesterol kan op de vaatwanden gaan zitten, wat hart en vaatziekten veroorzaakt. HDL-cholesterol kan deze aanslag van LDL-cholesterol verwijderen.

Chroom helpt bij het omzetten van koolhydraten tot energie. Het reguleert ook de opname van insuline door de lichaamscellen. Er zijn aanwijzingen dat mensen met een lage bloedsuikerspiegel (en dus ook suikerpatiënten) gebaat zijn bij extra chroom.

Chroom is slechts in een heel kleine hoeveelheid, tussen de 10 en 20 milligram, in het lichaam aanwezig en is dus een spoorelement.

Eigenschappen 

  • Helpt bij de regulering en de werking van insuline.
  • Helpt bij de stofwisseling van koolhydraten en vetten.
  • Reguleert het cholesterolniveau in het bloed.
  • Stimuleert de aanmaak (samenvoegen) van eiwitten in het lichaam.
  • Verhoogt de algemene weerstand tegen infecties.
  • Onderdrukt hongergevoel.

Natuurlijke bronnen

 Chroom in zemelen

Graanproducten met een hoog gehalte aan zemelen bevatten veel chroom. Het is niet duidelijk of chroom uit deze producten ook goed opgenomen kan worden. Verder komt chroom vooral voor in biergist, volkorenbrood, groente, rietsuikermelasse, vlees en lever. Vlees, gevogelte, en vis bevatten per portie tussen de 1- 2 microgram chroom. Het gehalte aan chroom in groente en fruit is zeer wisselend.

Aanbevolen dagelijkse hoeveelheid

Tekorten komen nauwelijks en alleen in ontwikkelingslanden voor. Tekorten zorgen ervoor dat je glucose niet goed kan gebruiken net zoals mensen die aan suikerziekte leiden.
Aangezien er weinig gegevens beschikbaar zijn over de noodzaak aan en het metabolisme van chroom, geeft de Nationale Raad van de Voeding geen specifieke normen.